Klaar

Ik heb gisteren de definitieve master van de definitieve mix van onze nieuwe EP gemaakt. Denk ik. Want ja, mijn vorige bericht was ietwat voorbarig.

Een probleem waar je tegenaan loopt als je je eigen werk mixt en mastert, is dat je zo vertrouwd bent met je eigen werk dat minuscule details de balans lijken te verstoren. Dus moet je af en toe afstand nemen.

Bovendien streef ik altijd naar transparantie. Ik hanteer bij het mixen een eigen variant op de Rule of Thirds, een uit de visuele compositie bekende vuistregel. De gedachte is dat je elk van de drie dimensies (breedte, hoogte, diepte) in drie parten verdeeld. Breedte is het stereobeeld, dus links – midden – rechts. Hoogte is het EQ-beeld, ofwel bass – mid – treble. En diepte is afstand, dichtbij – verder weg – ver af; dat bereik je door compressie, delay en galm. De truc is om elk instrument en elke partij zijn eigen plekje te geven, zonder dat het een brei wordt.

Bij twee van de liedjes leek het op een gordiaanse knoop. Elke oplossing leverde weer een nieuw probleem op. Let wel, het gaat om pietepeuterige details. Of, zoals wij (ik en Steve Albini) dat noemen: komma neuken. Hoe dan ook, de knoop is ontward.

Niemand zal de verschillen tussen de voorlaatste en deze versie horen, maar ja, ik wel. Afspelen in de auto of op de tv is dan onverbiddelijk. Dus gisteren een laatste rondje mixen en masteren. Straks nog één laatste check, en dan gaat “Dichtbij” naar de distributeur.

Klaar